Interview de Daan Vandewalle

Daan Vandewalle (1968) est un pianiste belge qui a acquis la reconnaissance internationale entre autres à la sortie de son disque consacré à la "Concord Sonata" de Charles Ives en 1996. Il a donné un nombre considérable de concerts dans le monde entier dans un répertoire très original. Rzewski, Frith et Curran ont notamment écrit pour lui. Il nous parle de Stockhausen qu'il jouera le 3 avril lors d'un week-end consacré au compositeur allemand au Concertgebouw de Brugge dans le cadre d'Ars Musica.

Site : www.daanvandewalle.com

Stephane Ginsburgh : Les pièces de Stockhausen que vous présentez lors du concert au Concertgebouw de Bruges le 3 avril prochain datent d'une période très féconde du compositeur, il y a environ 50 ans. A ce titre, on peut les qualifier de classiques. Qu'est-ce qui selon vous à part leur âge leur confère ce statut ?

Daan Vandewalle : De Klavierstücke zijn werken die een soort laboratorium-functie hebben voor het compositorische oeuvre van Stockhausen. In elk onderdeel experimenteerde Stockhausen met een nieuwe compositorische

techniek. In die zijn herhaalt zich in deze een patroon dat we in de muziekgeschiedenis vaak aantreffen: een componist probeert iets uit, op een piano, en later probeert hij de ideeen te transponeren naar andere genres.
Stockhausen's Klavierstücke zijn ook emblematisch voor een zeer welbepaalde epoche in de ontwikkeling van de avant-garde in het midden van de 20ste eeuw. Ze vormen in zekere zin een soundscape voor de uit centra als Darmstadt ontstane esthetiek.

SG : L'interaction de l'interprète avec l'électronique, qu'elle soit  préétablie ou live, est différente de celle dont on fait l'expérience  avec d'autres partenaires humains. Qu'a-t-elle apporté de nouveau pour  vous-même, dans votre manière de jouer, d'envisager la musique, la performance, sa liberté (relative) ?

DV : Ik vermoed dat elke componist ergens een verbeeldingwereld heeft die een andere is dan de piano an sich, behalve misschien dan componisten zoals Chopin, die misschien van alle componisten het meest aan de piano dacht terwijl hij voor de piano schreef. Bij Mozart, Haydn maar ook Liszt bij voorbeeld hoort men vaak eerder een pianowerk als blauwdruk voor een orkestrale verbeeldingswereld. Bij Ives hoor je veel orgel, maar ook fanfares, enz. Het is in die zin ook duidelijk dat de electronica en de nieuwe sonore mogelijkheden die de ontwikkeling van de electronica tot gevolg had in de jaren 50 van de vorige eeuw, centraal staan in het oeuvre van Stockhausen en daarom ook een directe invloed van deze nieuwe geluiden in de Klavierstücke aanwezig is. Heel wat van de sonore effecten van vanaf Klavierstuck 5 en verder ontstaan via geavanceerd en virtuoos gebruik van de 3 pedalen en verbinden zich op zeer directe wijze met Stockhausen's electronische muziek. Het werken met electronica in verbinding met akoestische instrumenten was dan ook een zeer logisch gevolg. Als uitvoerder heeft dat natuurlijk een aantal consequenties, op logistiek vlak natuurlijk, maar vooral op vlak van uitvoeringspraktijk. Waar men bij vele in die jaren tot stand gekomen composities het gevoel heeft dat de electronica slechts een extensie biedt van de akoestische klank, een soort bij-kleuring geeft, dan is dat bij Stockhausen toch een andere zaak. Volgens mij is Stockhausen de grootmeester van de electronische muziek, zowel "Gesang der Jünglinge" als het recente "Cosmic pulse" zijn daar voor mij sprekende voorbeelden van.

SG : Vu l'importance que Stockhausen a donnée à la nouvelle musique  électronique à cette époque, quelle pouvait encore être la place de l'interprète pour lui ? Et qu'est-ce qui selon vous l'a ramené malgré  tout avec une telle vigueur au piano (onze Klavierstücke en quelques années) ? Sentez-vous dans le Klavierstück IX que le compositeur a été traversé par cette nouvelle musique électronique ?

DV : Ik denk dat Stockhausen in die jaren zowel zijn weg gevonden heeft in de electronica (en die als het ware tot het uiterste heeft doorgrond) als zich gebogen heet over een compositorisch systeem. Hij heeft volgens mij geprobeerd om in navolging van Haydn, Beethoven, Brahms, enz. na te gaan wat vorm is, en meer bepaald in de zin van het duitse idealisme, of organicisime: namelijk de zoektocht naar congruentie tussen microstructuur en macrostructuur. Binnen deze zoektocht heeft de piano de zelfde rol vervuld voor Stockhausen als voor de vroegere generaties componisten: namelijk een handig, concreet instrument dat toelaat om onmiddellijk de concrete werking van de muziek in de ruimte te realiseren.

http://www.daanvandewalle.com/bilder/daan_1.jpg